Jeugd

Laat je passie spreken dan komen de woorden vanzelf.
Helma Kirchner

Praten mag maar hoeft niet

Bij de creatieve therapie mág je praten, maar dat hoeft niet. Je werkt tijdens de therapie vooral met materialen, zoals klei, verf en textiel. Je maakt van dat materiaal je eigen werkstukken. Hoe jij met dat materiaal werkt en wat je maakt, heeft altijd met jou te maken. Het werkstuk zegt daarom iets over jou. Het laat zien wie jij bent, hoe jij bent, waar je goed in bent, wat je lastig vindt en wat jou bezighoudt. Je kunt bijvoorbeeld veel verdriet hebben, bang of boos zijn omdat je:

  • Gepest wordt.
  • Geen goed gevoel over jezelf hebt.
  • Gescheiden ouders hebt.
  • Een overleden dierbare hebt. Dit kan je vader, moeder, broer, zus of grootouders zijn, maar bijvoorbeeld ook een vriend of vriendin.

Ook kun je naar de creatieve therapie komen om jezelf wat beter te leren kennen. Misschien ben je regelmatig boos, angstig of verdrietig, maar weet je niet goed waarom en je wil wel graag op een andere manier met die gevoelens leren omgaan.

Samenwerken

Misschien zit jij wel met iets dat hierboven niet beschreven staat, maar je wilt wel dat er wat met die ervaringen en gevoelens gebeurt. Vertel mij dan waarover je het wilt hebben of waarmee je bezig wilt zijn. Natuurlijk mag je het ook tekenen of het op een andere manier laten zien. We kunnen samen kijken wat voor jou het beste past.

Jij bepaalt, vaak samen met je ouders maar niet altijd, waarover we het gaan hebben. Jij weet zelf namelijk het beste wat jou bezighoudt. Ik kan dan met je samenwerken, je ondersteunen en naar je luisteren.

Tijdens de therapie zul je dan merken dat je nieuwe ervaringen opdoet, leert over jezelf en negatieve ervaringen kunt gaan verwerken. Dit doe je in jouw eigen tempo en op je eigen manier.